Een oude schoolmerklap uit Brielle

door Jenneke Groeneveld



Niet ver van de school waar hij gemaakt is, in de Rozemarijnstraat namelijk, kwam ik deze mooi geborduurde schoolmerklap tegen. Ik vond het borduurwerkje in de rommelmarktwinkel van de Catharijnekerk in de Coppelstockstraat te Brielle. De borduurster van de lap is Johanna Arendje Cornelia van Haasteren, roepnaam Jo. Zij voltooide de merklap in 1929, toen 10 jaar oud. .

In het streekarchief kwam ik op de naam Van Haasteren een notariŽle akte tegen, waarin beschreven staat dat in 1925 'Arie Pieter van Haasteren, vroeger schipper thans winkelier te Brielle failliet' werd verklaard. Het gevolg hiervan was dat zijn huis met winkelpand aan de noordzijde van het Maarland te Brielle, bij afslag geveild werd. In de winkel werden kolonialen waren verkocht, dat wil zeggen producten uit overzeese gebieden, zoals thee, koffie, cacao, kruiden enzovoort. In het Oorlogsdagboek van Johan Been schrijft hij hoe veel middenstanders zich tijdens de Eerste Wereldoorlog verrijkt hadden. Jo's vader, zal niet tot de groep oorlogswinstmakers behoord hebben. Een winkeltje met producten van over zee was nu eenmaal in oorlogstijd en nog lange tijd daarna moeilijk te bevoorraden. Tijdens de mobilisatiejaren waren koffie en thee nauwelijks of alleen op de bon te krijgen. Daarna kwamen de crisisjaren en werd een kopje koffie een luxe. Johan Been dronk, zo schrijft hij in zijn oorlogsdagboek, surrogaatkoffie en zijn zusters zetten vele malen thee van dezelfde blaadjes.

Failliet verklaard worden in 1925 was een drama: het betekende armoede. In zijn Brielse roman Verworpeling laat Been zijn lezers eens proeven hoe ingrijpend het voor een ondernemer en zijn gezin was om in een klein stadje bankroet verklaard te worden.

Hoe Jo de financiŽle problemen thuis ervaren heeft, is niet bekend. Haar schoolwerk en in het bijzonder de handwerkles heeft er, gezien het mooi gemaakte borduurwerk, niet onder geleden. Met het maken van de schoolmerklap, in feite een stuk gaas versierd met geborduurde randjes en letters in kruissteek, zetten de meisjes hun eerste schreden op het borduurpad. De functie ervan was, letters leren borduren om je uitzet of wasgoed met je initialen te merken. De handwerkjuf van Jo moet haar meisjes begrepen hebben: ze kregen niet zomaar een lapje borduurgaas, maar een mooi afgewerkt stramien met rode en zwarte vierkant ingeweven strepen. Ook liet ze haar leerlingen met de letter I beginnen en niet meteen met de moeilijkere A. Jo's exemplaar is geslaagd. Het is geen afgeraffeld werkje geworden, maar een lapje met liefde en vaardigheid gemaakt! Nergens heeft zij de draad te strak aangetrokken en de achterkant laat mooi afgewerkte draden zien. De lap straalt door de regelmatige steken een evenwichtig karakter uit. Hopelijk is dit karakter een afspiegeling van haar jeugdige persoonlijkheid: dan kan het bijna niet anders dan dat zij ondanks de moeilijkheden thuis, een gelukkig kind is geweest.