Een Reinaart de Vos-vertelling

door Johan Been





Het verhaal Vogeltje Grijp verscheen vanaf 1916 als feuilleton in JEUGD, tijdschrift voor jongens en meisjes.
In 1922 werd het in boekvorm uitgegeven, gevolgd door een tweede druk in 1948. Vogeltje Grijp bestaat uit dertien hoofdstukken, telt 125 blz. en is geïllustreerd met 30 grappige getekende afbeeldingen (waarvan de illustrator niet bekend is). De oorspronkelijk Engelse versie van dit verhaal is te vinden in Edward Bulwer-Lytton's: The Pelgrims of the Rhine (1834).
Hoofdstuk 12 van dit boek verscheen in 1866 als monografie met de titel: The wooing of Master Fox. De gekleurde illustraties uit deze monografie ziet u hier afgebeeld.

Het onderstaande verhaal vertelde Dirk Been aan zijn 5-jarige zoontje, toen hij in 1864 leed aan difterie.

Vogeltje Grijp

door Johan Been

Een korte samenvatting naar het boek van Johan Been door Jenneke Groeneveld


*****************************************



Het liefdesavontuur van Reineke de Vos


Het poesje, de hond, de vos en de ekster

  Waakzaam, een fraaie, jonge herdershond, die de wijde wereld ingegaan was, keerde naar zijn dorp terug, waar zijn nicht Zéphyrine woonde, een aardig poesje, en schatrijk. Waakzaam en Zéphyrine waren in hun jeugd speelmakkertjes geweest en nu ze groot waren geworden, dachten alle dieren van het dorp dat ze misschien wel met elkaar zouden gaan trouwen. Zo zou het misschien ook gegaan zijn, als daar niet de kwaadwillende Reineke de Vos tussen was gekomen.
Van de babbelzieke mevrouw Ekster had de vos gehoord dat door het overlijden van haar ouders, Zéphyrine, het aardige poesje, nu de rijkste erfdochter in de wijde omtrek was geworden. Met al die rijkdom, en schoonheid, was het poesje een interessante partij voor de vos geworden. Hij zou met haar gaan trouwen, maar daarvoor zou hij eerst dat jeugdvriendje Waakzaam, van wie verteld werd dat hij de toekomstige partner van het poesje zou worden, uit de weg moeten ruimen.



De slimme vos Reineke, de trouwe hond Waakzaam en de rijke vogel Grijp

  Met een list lokte Reineke de argeloze Waakzaam in een hol, trok er snel een steen voor en vertrok. Na lang en moeizaam graven kwam de uitgeputte Waakzaam eindelijk in een ruimte terecht waarin hij een grote vogel zag, die daar op zijn gemak een pijpje rookte. Het was de rijke Vogel Grijp, die daar zijn schatten bewaakte. Grijp voelde er weinig voor de grote sterke Waakzaam te laten gaan. Hij zag in hem namelijk een goede knecht en dwong hem te blijven. Doordat Grijp de hond regelmatig beloonde met kluifjes en Waakzaam zich bij de situatie neerlegde, konden ze in vrede leven. Maar toen Waakzaam zijn meester redde uit een gevecht met een slang, kwam daar verandering in en gaf vogel Grijp de onbaatzuchtige en trouwe hond zijn vrijheid terug.



Waakzaam weer op vrije voeten en Reineke betreurt zijn verloving

  Nu hij weer vrij was, rende Waakzaam regelrecht naar zijn jeugdvriendinnetje Zéphyrine om haar te waarschuwen voor de gemene streken van de vos. Bij de woning van het poesje aangekomen, trok hij heel hard aan de bel. Toen de vos, die nu verloofd was met Zéphyrine, de door hem dood gewaande hond voor de deur zag staan, raakte hij in paniek en verbood iedereen de deur te openen. Ook Zéphyrine reageerde zeer geschrokken en beval Waakzaam met onvriendelijke woorden en gebaren dat hij moest vertrekken. Met zijn staart tussen zijn benen trok Waakzaam zich terug om op een afstand te gaan liggen vanwaar hij het huis kon bewaken.



  Tot grote angst en ergernis van Reineke de Vos scheen Waakzaam niet moe te worden van al dat wachten en waken. Om de hond weg te lokken, stuurde de vos het konijntje Koeni, een neefje van Zéphyrine op hem af. In opdracht van de vos moest Koeni de hond voor een vechtpartij uitdagen. Omdat het duidelijk was dat het konijntje geen partij voor hem was, wilde de goede Waakzaam niet op die uitdaging ingaan. Maar toen Koeni aanhield, gaf Waakzaam uiteindelijk toe en ging een schijngevecht aan op een open plek. Onmiddellijk zag Reineke de Vos zijn kans schoon en sloop naar buiten. Daar kwam hij mevrouw Ekster tegen. Ze vertelde dat ze Vogeltje Grijp had ontmoet en dat hij haar in zijn hol had uitgenodigd en haar daar de schatten had laten zien. Ze wist de vos ook te vertellen waar Grijp die bewaarde. 'Zou zijn dochter al die rijkdom krijgen?' vroeg Reineke zich meteen af. Dat denkbeeld maakte de vos onrustig en vanaf dat ogenblik kreeg hij er het land aan, dat hij verloofd was met de veel minder rijke mejuffrouw Zéphyrine. Zijn afkeer van haar werd zelfs zo groot dat Reineke herhaaldelijk verzuchtte: 'ik wou dat ik van die kat af was'.



Het masterplan van Vogeltje Grijp

  Aangekomen bij de grot waarin Vogeltje Grijp woonde, hoorde hij een klaaglijke stem. Het bleek de dochter van Vogeltje Grijp te zijn. 'Sssst', waarschuwde ze de vos, 'mijn vader doet zijn middagdutje'. En ze vervolgde klagend: 'Mijn vader is heel slecht voor me, help me alsjeblieft hier weg te komen. Maar ach, dat kan eigenlijk alleen als hij heel vast slaapt. Wilt u voor mij naar dokter Aap gaan om het zwaarste slaapmiddel te halen? Maar nee, toch maar niet, die pillen zijn niet zwaar genoeg, eigenlijk helpt maar één medicijn en dat is een poesje in de soep.' 'Een poesje?' vroeg de vos verbaasd. 'Ja, ja, hoe jonger en mooier, hoe vaster mijn vader zal slapen,' verklaarde dochter Grijp en vervolgde: ' en ik moet het poesje morgen hebben. Ik zal een mand uithangen en zo zal ik haar naar boven in de keuken hijsen.'
Weer terug in de woning van Zéphyrine schepte Reineke op over de schatrijke dochter van Grijp. Hij was in de schatkamer van de Vogel geweest en had daar zeer kostbare edelstenen gezien. Hij vertelde dat Grijps wonderschone dochter een feest zou geven en vertelde dat ook Zéphyrine daarvoor uitgenodigd was. Maar helaas kon hij niet zelf met haar meegaan, maar voor hem in de plaats zou Koeni zijn nicht Zéphyrine mogen vergezellen.

Waakzaam voor de tweede keer in de val

  Toen Waakzaam terugkwam en zag dat de deur van het huis openstond, ging hij op onderzoek uit. Zou de vos dan toch ontsnapt zijn? Maar dan zou het spoor nog vers moeten zijn. Geen spoor! Dan moest de vos nog binnen zijn. Waakzaam doorzocht het huis. Plotseling hoorde hij een zacht gekreun dat van boven kwam. Wat kon dat zijn? Op een ledikant, vlak bij de muur, zag hij Reineke liggen. De vos deed alsof hij doodziek was en wrong zich in allerlei bochten. Waakzaam trad naderbij, maar bleef behoedzaam. 'Ben je bang voor een stervende!' fluisterde de vos. 'Stervende? Hoe is dat gekomen?' vroeg Waakzaam vol medelijden. 'Het is de straf voor mijn slechtheid. Ik heb je veel kwaad gedaan, Waakzaam. Vergeef je me?' 'Och kom! We hebben allen onze tekortkomingen!' 'Ach, ik heb zo'n dorst,' kreunde de vos. 'Water!' riep Waakzaam uit, 'waar is water?' 'Daar in die nis in de muur; doop je poot in die holte en maak mijn lippen vochtig. Ik zal je ervoor zegenen.' Nauwelijks had Waakzaam zijn poot in het gat, of de vos trok aan een koord, en Waakzaam voelde hoe zijn poot vast kwam te zitten in een strik.

In zijn haast om Zéphyrines huis te verlaten, liep de vos bijna mevrouw Ekster omver. 'Het spijt me verschrikkelijk, mevrouw, maar 't is op 't ogenblik niet meer veilig in dit huis.' 'Niet veilig! Wat bedoelt u daarmee?' vroeg de Ekster. 'Waakzaam is er de baas!' Mevrouw Ekster rilde. 'Hij zal ons toch niet achterna lopen?' vroeg ze angstig. Reineke stelde haar voor met hem mee te lopen, maar kreeg hier al snel spijt van: ze stelde te veel vragen. Daarom wilde hij haar zo snel mogelijk kwijt en viel haar aan. Mevrouw Ekster werd wonder boven wonder van de dood gered door haar vleugels en door haar hoed die bij de aanval van de vos in zijn bek vloog. Reineke haastte zich nu naar het kasteel van vogeltje Grijp, waar hij verwacht werd door de verzonnen rijke erfdochter.



Het masterplan van Grijp wordt in werking gezet

  Aangekomen bij het kasteel werd dadelijk de mand neergelaten. 'Je komt wel laat, Reineke.' . 'Vergeving, schone jonkvrouw, ik kon niet eerder. Slaapt uw vader?'. 'Hij slaapt zo vast alsof hij nooit meer wakker zal worden. En, oh ja, de soep van het poesje werkt twaalf uur lang.' Daarop stapte Reineke in de mand, die nog niet zo lang geleden de lieftallige Zéphyrine vervoerd had. Hu, wat ging dat ruw! Je kon wel voelen, dat er een paar grote klauwen bezig waren het mandje naar zich toe te halen. Ineens voelde hij zich ruw in zijn nek gegrepen en de klauw naar zijn staart gaan. Een tweede klauw leek erbij te komen. Plotseling werd de mand onder hem weggestoten. Wel had hij het touw nog vast, maar dat ging met hem naar beneden. En nu merkte hij tot zijn grote schrik en ontsteltenis dat er een strik om zijn staart zat en hij hoog boven de grond heen en weer bengelde.
Daar kwam Vogeltje Grijp zelf tevoorschijn, het onafscheidelijke pijpje in de mond. Achter hem verschenen de heren die hij te eten had gevraagd en -oh, wat een schaamte en ontsteltenis-, daarbij ook Zéphyrine aan de arm van Koeni. Het hele gezelschap barstte in lachen uit. Ze wisten alles al, omdat Vogeltje Grijp hun van tevoren alles over zijn plan verteld had. Ze hadden erbij gestaan toen Reinekes staart in de strop geduwd werd.

De vos verliest zijn staart, maar niet zijn streken

  Nu barstte Reineke los: 'Ga naar het huis van die malle ijdele kat, en je zult dat prachtexemplaar van een brave Waakzaam zien, in dezelfde vernederende toestand als ik.' Waakzaam echter, had zich uit de nis los kunnen trekken en kwam nog juist op tijd om te zien dat hij gewroken was. Nauwelijks had Zéphyrine de brave Waakzaam in het oog gekregen of ze rende naar hem toe. 'Waakzaam, Waakzaam, duizendmaal vergiffenis.'
Toen allen na de maaltijd druk aan 't praten waren, hoorden ze opeens een schreeuw, gevolgd door een bons. Meneer Reineke had zich uit de strik bevrijd, maar wel ten koste van zijn prachtige staart. Als een pijl uit een boog rende hij weg, en nooit heeft men hem nog teruggezien.
Waakzaam en Zéphyrine trouwden al snel en leefden nog lang en gelukkig.

*******************